Met de Iliké naar de Vergeten Eilanden Alor, Banda en Ambon: Indonesië’s antwoord op de Galapagos
![]() | Tekst: Peter de Maagt Foto’s: Peter de Maagt Tijdschrift René ![]() |
Wakker worden met de geur van zwavel terwijl de stoom uit een actieve vulkaan ontsnapt. Een liveaboard-reis langs Alor, Banda en Ambon voert je ver weg van de bewoonde wereld, naar een gebied met een verbijsterende biodiversiteit die zich moeiteloos meet met de Galapagoseilanden. Vanwege de extreme afstanden is deze indrukwekkende route uitsluitend per schip bereikbaar. Aan boord van de Iliké reizen we in alle comfort door dit ongerepte paradijs. Wat volgt is een adembenemend avontuur waarin ik mezelf plotseling midden in een Blue Planet-documentaire waan. Stap aan boord!
In de ochtend worden we wakker met de geur van zwavel en zien we stoom uit de middelgrote vulkaan ontsnappen. Op het eerste gezicht lijkt Serua op elk ander vulkanisch eiland, ver verwijderd van de bewoonde wereld. Onze eerste duik in dit water onthult echter kenmerken van duiken in een actief vulkanisch gebied; tussen de rotsen zien we bellen naar boven komen. Je ziet als het ware de vulkaan ademen. Dan merk ik iets op dat vanaf het oppervlak naar me toe zwemt: een grote Chinese zeeslang. Al snel voegt zich er nog één bij, en nog één. Plotseling besef ik dat ze overal zijn: slapend tussen het koraal, omhoog zwemmend om adem te halen, spelend in het vrije water en jagend op het rif. Ontsnappen lijkt onmogelijk terwijl ik probeer te herinneren wat tijdens de briefing werd aanbevolen. Ik kan het me niet herinneren, maar al snel wordt duidelijk dat deze zeeslangen niet agressief zijn. Sterker nog, ze lijken ervan te genieten ons van achteren te besluipen en tussen onze armen en benen door te zwemmen.
![]() | De Vergeten Eilanden De Vergeten Eilanden vormen een lange keten van eilanden en atollen die deel uitmaken van de Zuid-Molukken. De hele regio strekt zich over meer dan 600 km uit langs de binnenste en buitenste vulkanische boog van Sunda, in het uiterst afgelegen zuiden waar de Indonesische archipel eindigt. De Vergeten Eilanden zijn afgelegen en dunbevolkt en zijn grotendeels geïsoleerd gebleven van de rest van Indonesië en de wereld. De diepe zee en het gebrek aan aanlegplaatsen en beschutte ankerplekken maken ze alleen per liveaboard bereikbaar, en dan uitsluitend in bepaalde perioden van het jaar: oktober/november en april/mei, wanneer de zee kalm is en er geen wind staat. Door de afstand en de moeilijke bereikbaarheid is een opmerkelijke rijkdom aan zeeleven behouden gebleven; de koraalwanden zijn ongerept en van een overweldigende schoonheid, de fauna omvat vele soorten, van pelagische dieren tot macroleven, en het zicht is eigenlijk altijd uitstekend voor duiken van hoog niveau. |
Je ziet het bij de andere duikers gebeuren, en beseft dan ineens dat dat bij jezelf ook wel het geval moet zijn. Ik vraag mij af, hoeveel slangen mij onopgemerkt beslopen hebben. Als ze je willen onderzoeken, kun je ze eenvoudigweg niet ontwijken. In gedachten hoor ik de stem van David Attenborough. De ondertiteling wordt ingefluisterd door onze duikleider Clement. Het is niet vaak dat je jezelf midden in een BBC Blue Planet documentaire waant. Hoewel er genoeg te zien is, waaronder een school barracuda’s en enorme tonvormige sponzen, zijn de zeeslangen onmiskenbaar de sterren van de show.
Waarom heeft dit kleine eiland zo’n grote populatie - honderden Chinese zeeslangen, samen met een enkele gestreepte zeeslang? Wat maakt het uit! We bevinden ons midden in een aflevering van Blue Planet, waar menigeen waarschijnlijk nachtmerries van zal krijgen. Je kunt je inderdaad afvragen waarom iemand vrijwillig met ze het water in zou willen, zeker omdat de exemplaren die hier worden gezien vaak langer dan anderhalve meter zijn, enkele centimeters in omtrek meten en zeer giftig zijn. Het antwoord is eenvoudig: het zijn ongelooflijk sierlijke dieren om door het water te zien bewegen. Ze glijden op een bijna vloeiende manier over het rif terwijl ze jagen, of stijgen af en toe naar de oppervlakte om adem te halen voordat ze zich kronkelend weer naar beneden laten zakken. Ook fascinerend is dat de zeeslangen in dit gebied vaak in groepen bewegen, terwijl ze elders meestal solitair zijn. We zien ze ook terwijl ze samen met andere vissen aan het jagen zijn.
![]() | ![]() | De échte rijkdom van deze reis schuilt in de contrasten. Van de oprechte, stralende energie van de kinderen aan land tot het spotten van de heilige graal van de Banda Zee, een zeldzame Rhinopias eschmeyeri in al zijn robijnrode glorie. |
Een powerhouse onder water
We maken een trip met de Iliké van Alor naar de Vergeten Eilanden van de Banda zee en Ambon. Drie afgelegen gebieden met een verbijsterende biodiversiteit. Vanwege de afstand en het gebrek aan aanlegplaatsen en beschutte ankerplekken zijn ze alleen per liveaboard bereikbaar. En dan uitsluitend in bepaalde perioden van het jaar, oktober-november en april-mei, wanneer de zee relatief kalm is en er weinig wind staat.
Iliké is een 32 meter lang Phinisi schip. Dit zijn sterke en betrouwbare traditionele schepen die speciaal zijn ontworpen en gebouwd om door de Indonesische archipel te varen. Het schip heeft alle comfort van een hotel en de gastvrije crew legt je gedurende de gehele trip in de watten. Het motto van “Eat, Dive, Sleep, Repeat” wordt hier tot het uiterste gedreven. Voor de eerste duik is er een licht ontbijt, dan een duik gevolgd door een volledig ontbijt. Even rusten en dan de tweede duik, gevolgd door de lunch. Weer even rusten, de derde duik en dan een snack. Hierna eventueel een vierde duik gevolgd door diner. Met 5 maaltijden per dag vul je alle verbrande calorieën van het duiken zo weer aan. We hebben ons uiterste best gedaan want de kok kreeg kennelijk uitbetaald naar gelang het aantal kilo’s dat de gasten aankwamen.
Er is zelfs net iets meer personeel dan gasten aan boord en elk groepje van 4 duikers krijgt een eigen duikgids. Wij hebben het geluk om Angy als duikgids te krijgen. Op het eerste gezicht een tenger Italiaanse vrouwtje, maar wat een powerhouse onder water. Zonder problemen leidt ze ons door welke stroming dan ook of beter gezegd: ze zorgt ervoor dat we nooit in een downcurrent of washing machine terecht komen! Alor is misschien niet de gemakkelijkste plek om te bereiken en de voorzieningen zijn er beperkt. Mali Airport op Alor wordt bediend door vluchten vanuit Kupang. Kupang heeft momenteel alleen binnenlandse verbindingen, dus overstappen via Bali of Jakarta is noodzakelijk.
Een ongerepte schatkist vol macro-parels
Duiken in Alor voelt alsof je een schatkist opent: een wereld vol caleidoscopische kleuren en verborgen parels. Met meer dan 50 duiklocaties en een grote verscheidenheid aan zeeleven, waarvan sommige soorten alleen in de wateren rond Alor voorkomen, is dit zonder twijfel een paradijs voor duikers. Het toerisme is hier nog nauwelijks ontwikkeld, dus de riffen zijn uitzonderlijk gezond. Een voorbeeld hiervan is Bama Wall, een duiklocatie bij het dorp Bama op het eiland Pantar, dat deel uitmaakt van de Alor-archipel. De loodrechte wand daalt 50 tot 60 meter af en is dicht begroeid met harde en zachte koralen. Rond de wand tref je een zeer gevarieerd onderwaterleven aan, waaronder pelagische soorten als de Napoleonvis, de witpuntrifhaai en de hondstonijn. Voor groothoekfotografen is het een droomlocatie, maar vergeet ook niet wat dichter naar de wand te kijken want daar schuilt een verrassende verscheidenheid aan macroleven. In het ondiepe deel is volop te ontdekken, dus maak zeker een lange safetystop in het ondiepe. Omdat er geen massatoerisme is, kun je tijdens je rustpauzes genieten van de lokale vissers die hier rondvaren met hun bubu’s in hun kleine houten kano. Een bubu is een handgevlochten visfuik gemaakt van bamboe en rotan die veel wordt gebruikt in de Alor-archipel in Indonesië.

Je komt ze ook geregeld tegen onderwater. Mooi om te zien dat de locale bevolking hier nog in harmonie leeft met het land en de zee en maar kleine hoeveelheden vis vangt. Het leven lijkt hier ook lekker rustig. Gek genoeg kunnen de namen van de duikstekken verschillen per operator, dus Monaseli, Yellow Corner en Current Alley zijn één en dezelfde duikstek. Wij gebruiken Current Alley, en dat geeft ook meteen aan wat er ons eventueel te wachten staat.
De Alor en Banda eilanden liggen midden in een van de krachtigste oceaanstromingen ter wereld waarbij water vanuit de Stille Oceaan richting de Indische Oceaan door de smalle doorgangen tussen de eilanden stroomt. Deze enorme bewegende watermassa kan dus voor stevige stromingen zorgen. Tegelijkertijd betekent het koel, voedselrijk water wat op zijn beurt weer leidt tot gezonde riffen en een enorme biodiversiteit. Maar zoals zo vaak, bepaalt de natuur zelf wat er gebeurt en is de ‘altijd aanwezige’ stroming tijdens onze afdaling minder aanwezig dan de term doet vermoeden. Geen probleem want het rif is sowieso fotogeniek en we zien nog steeds scholen van fuseliers, horsmakrelen, zwarte trekkersvissen, enorme murenes en blauwvintrekkervissen.
De Bandazee: Waar geschiedenis en hamerhaaien samenkomen
We maken ook een nachtduik op een van de muckduikstekken van Alor, een donkere, slibrijke helling pal voor een plaatselijke moskee. Voor liefhebbers van macroleven valt hier van alles te ontdekken. Snuffel hier lekker rond, want de meesters van de camouflage laten zich niet zomaar vinden. We vinden niet één, maar twee Rhinopias-schorpioenvissen. Voor veel duikers zou de vakantie nu al geslaagd zijn.
Zonder problemen kun je een gehele vakantie op Alor doorbrengen, maar wij zetten onze reis voort naar de Banda zee. Tsja, wat kan ik zeggen over de Banda zee; hoe je het ook opschrijft, woorden zullen altijd tekortschieten. Deze kleine, afgelegen eilanden bieden veel meer dan duiken alleen. Ze hebben een lange en fascinerende geschiedenis. Hun invloed op de wereld was enorm, omdat ze in het centrum van de specerijenhandel lagen. Vroeger stonden ze zelfs bekend als de Specerijeneilanden. De regio werd op verschillende momenten bezet door Portugal, Spanje, Nederland en Groot-Brittannië, maar vooral Nederlandse en Britse handelaren leken een onverzadigbare honger naar specerijen te hebben. Hoewel de Nederlanders de meeste eilanden beheersten, nam de Britse handelaar James Lancaster één Banda-eiland in om hun monopolie te doorbreken. De rivaliteit werd beslecht met een belangrijk historisch moment: het door de Britten veroverde Run-eiland werd geruild tegen het Nederlandse Nieuw-Amsterdam, tegenwoordig beter bekend als New York. We nemen dus de moeite om met een lokale gids een ochtend door het dorp Banda Neira te wandelen en bezoeken het plaatselijke museum en fort Belgica. Wie echt alles uit het bezoek wil halen, mag een ontbijt op een nootmuskaatplantage niet missen.
Veel duiklocaties rond de Banda-eilanden zijn wandduiken, bedekt met enorme gorgonen, zachte koralen en tonvormige sponzen waar je jezelf makkelijk in kunt verstoppen. Run Island is typerend voor het duiken hier. Dankzij hun afgelegen ligging bieden Run en het kleine eiland Nailaka uitzonderlijke riffen en enorme hoeveelheden vis.

Het rif loopt geleidelijk af tot 5 meter en gaat dan over in een wand die tot 30 meter diepte reikt. De wand is bedekt met prachtige koralen, waaronder enkele enorme waaierkoralen, een verscheidenheid aan kleurrijke rifvissen en verschillende overhangen om te verkennen. Maar er zijn ook andere aantrekkelijke locaties, zoals Pohon Mering, met een steile helling en een rechte, ruime doorgang van 15 meter lang, vol gorgonen. Die komt uit naast een prachtige wand, bedekt met waaierkoralen en enorme sponzen. De temperatuur op veel locaties varieert tussen de 26 en 28 graden, maar thermoclines tot 20 graden zijn niet ongebruikelijk op ongeveer 25 tot 30 meter diepte. Het enorme voordeel van deze temperaturen is dat hamerhaaien dan misschien te zien zijn. Eigenlijk iedereen van onze groep heeft minimaal 1 hamerhaai gezien, maar de meesten hebben wel op een aantal duiken hamerhaaien gezien. Helaas was het zicht de laatste dagen niet optimaal en was fotografie een uitdaging, maar een hamerhaai zien, is en blijft een beleving en voor sommigen van ons zelfs de reden om speciaal hier naartoe te komen.
Ademende vulkanen
Check, check, dubbel check. Check je gewichtsgordel, je masker, je autosleutels, je duikcomputer en je mobiele telefoon. Let’s go diving. Clement zegt z’n bekende riedeltje op en we gaan weer naar het volgende duikavontuur. Zoals zo vaak is het startpunt nog onbekend. Als de stroming die kant op staat gaan we er hierin, en als hij de andere kant op staat gaan we er daarin. Angy doet haar masker op en kijkt vanuit de boot onder het wateroppervlak om te zien welke richting de stroming op staat en hoe sterk hij is. We gaan er dus aan het noordelijkste puntje in. Deze keer zijn we bij Batu Kapal, een rots die ten noorden van Pulau Pisang boven het water uitsteekt. De grootste formatie begint op 8 meter en is op 15 meter diepte verbonden met de volgende formatie. De vallei ertussen is meer dan 50 meter diep en op de kleurrijke wanden groeien enorme gorgonen en tonvormige sponzen. Enkele van de grootste murenen die ik ooit heb gezien, steken hier uit holen. Allerlei soorten murenen kom je trouwens tegen op verschillende duikstekken, zelfs de witbekmurene met zijn knal witte bek, de mooi gekleurde stermurene en de enorme grote netmurene.
Eén duik mag zeker niet ontbreken: Lavaflow. Ongebruikelijk voor een duikstek want de naam dekt de lading volledig. Meestal wordt de naam gekozen als er ooit één enkele keer één bepaalde vis gezien is en daarna nooit meer, maar niet in dit geval. Dit is een uniek vulkanisch lavarif, gevormd door een vulkaanuitbarsting in 1988. Inmiddels is het veranderd in een met koraal bedekte wereld: land en rotsen zijn niet meer zichtbaar, omdat ze volledig, 100%, met koraal zijn overgroeid. Toegegeven, het zijn vooral de ‘snelgroeiende’ hardkoraal soorten die nu nog te zien zijn. Maar om op een duikstek te duiken met 100% bedekking is werkelijk grandioos. Ik kan mij voorstellen dat dit een natte droom moet zijn voor mariene biologen. Het zicht is op deze plek ook minder dan optimaal, maar je moet wel een enorme azijnzeiker zijn om hier niet van te genieten.
Deze duikstek getuigt van de veerkracht van de natuur en laat zien hoe het leven zelfs de meest onherbergzame omgevingen terugwint en transformeert. De plek staat bekend om enkele van de snelst groeiende tafelkoralen ter wereld, en dankzij de voedselrijke vulkanische ondergrond groeien deze drie keer zo snel als normaal. Waarschijnlijk is het nu wachten tot andere soorten koraal een plaatsje veroveren, maar hoe vaak krijgen de biologen zo’n kans om dit te bestuderen. Er hangen ook een aantal ‘coral spawning monitoring’ apparaten. Om te voorkomen dat je meteen aan iets heel moeilijks gaat denken; het is gewoon een omgekeerde trechter met een plastic fles die boven een stuk koraal hangt.

’s Avonds bij het eten, zit ik te kletsen met Clement over de bizarre koraalbedekking op zoveel duikstekken. Ik heb foto’s terug zitten kijken, maar veel van de riffen zijn gewoon 100% bedekt. Hoe bizar is dat. Ik maak de opmerking dat je dat waarschijnlijk nergens meer kunt vinden. Clement moet lachen en vertelt dat hij ooit de fout gemaakt heeft om tijdens een interview te zeggen dat je niet naar Raja Ampat, Komodo of de Banda zee moet komen als je pas begint met duiken. Voor de rest van je leven ben je dan verpest en zullen veel bestemmingen tegen gaan vallen. Maar de uiteindelijke teaser werd iets in de trant van: “Kom niet Raja Ampat, Komodo of de Banda zee”. Ik zou Ambon, waar de reis eindigt, niet bestempelen als een ‘zelden bedoken parel’, maar het is op zijn eigen manier heel bijzonder. De namen van bepaalde vissoorten, zoals de Ambon-schorpioenvis en de Ambon-kardinaalbaars, geven al aan waarom.
Sommige duikers gaan er uitsluitend heen om de onlangs ontdekte psychedelische hengelaarsvis te zien. De interessantste plekken liggen langs de kust van de enorme Baai van Ambon. De onderwatertopografie is typerend voor muckduiken. Grote hoeveelheden afval, zowel organisch als anorganisch: alles, van sportschoenen, oude banden, metaal, plastic sandalen, bierflessen en verfblikken tot gekookte eieren en viskarkassen. Voor muckdiertjes is dit natuurlijk het nirwana. De meeste muckduiken vind je in de haven van Laha, waar de locaties weinig aansprekende namen hebben als Laha I, Laha II, Laha III enzovoort. De locatie bestaat uit een helling die op slechts enkele meters diepte begint, met enkele eenvoudige, afgebroken koralen op een bodem van koraalpuin en steen. Terwijl we de bodem afzoeken, zien we alles van flamboyant cuttlefish tot zeepaardjes, van harlekijngarnalen tot spookfluitvissen, verschillende soorten duivelsvissen en talloze kleurrijke naaktslakken. Een grandioze finale van een fantastische reis.
Een onuitwisbare indruk
Deze trip heeft ons mogelijk naar de laatste plekken ter wereld gebracht waar je nog zulke gezonde riffen en zo’n rijk onderwaterleven vindt, midden in een uniek en adembenemend duikparadijs. Het varieert van rif- en muckduiken in Alor en Ambon tot de absolute diepzee met stroming die mantaroggen en hamerhaaien aantrekt in de Bandazee.
En dit alles gebeurt in luxe. De bemanning van de Iliké doet werkelijk alles voor je, elke duik ligt je pak netjes opgevouwen op je eigen kist en staan de flessen al op één van de twee dinghy’s. Na de duik helpen ze je met het uittrekken van je pak en spoelen zij alles na. En na een nachtduik, krijg je meteen een warme handdoek en warme kop thee. Hoewel het gebrek aan eenvoudige verbindingen en mogelijke vluchtannuleringen de reis wat moeizaam kunnen maken, begrijp je zodra je onder water gaat al snel waarom de reis de moeite waard is. Zouden we terugkeren? Absoluut! Wanneer vertrekt de volgende vlucht?
Informatie Iliké Liveaboard
De MSY Iliké is een traditionele, handgemaakte Indonesische Phinisi-liveaboard gebouwd van ijzerhout en teak, die fantastische duikvakanties verzorgt in de meest iconische wateren van Indonesië.
Topbestemmingen: Het schip vaart routes langs wereldberoemde duikgebieden zoals Komodo National Park, Raja Ampat, Alor, Maluku, de Banda Zee en Triton Bay.
Ervaringsvereiste: De Iliké focust zich voornamelijk op de ervaren duiker. Om mee te mogen varen, wordt over het algemeen een minimum van 75 gelogde duiken en een Advanced- of 2*CMAS-brevet gevraagd.
Aan boord: Het schip biedt plaats aan maximaal 14 tot 16 gasten in 7 of 8 comfortabele hutten met airconditioning en een eigen badkamer. Er is een ruim duikdek, een zonnedek en er worden gevarieerde Indonesische en internationale maaltijden geserveerd.
Klik hier voor meer info over duikreizen met de Ilike.












